fbpx
Actueel

Waarheen met onze Brusselse luchtvaartcollectie?

Luchtvaartmuseum Brussel binnen

Het lijkt wel oorlog in wat voor kort bekend stond als het Koninklijk Leger Museum, waar ook de Luchtvaartcollectie huist. Vooral het lot van die laatste beroert de gemoederen bij heel wat liefhebbers. Wordt die collectie het kind van de rekening?

Duiven en structuur

Wie de enorme hal regelmatig bezoekt, weet het al vele decennia: ons luchtvaartpatrimonium verdient beter. Delen van de collectie toestellen geniet wereldfaam, maar de condities waarin de vliegtuigen van een eeuw oud huizen, voldoen écht niet meer aan de hedendaagse museale eisen. Deze fragiele toestellen mogen op hun oude dagen niet genieten van een min of meer constante temperatuur- en vochtigheidsregeling. Net als de overige vogels in de hal worden ze op gezette tijden bevuild door duiven die tussen het gebinte hun weg zoeken. In het museale opzet van de collectie zelf is de structuur ver te zoeken. 

België, ‘t is ingewikkeld…

Maar keren we terug naar de oorlog die er heerst. Vooreerst moeten we de structuur van het hele opzet begrijpen. En die is, net zoals ons land, euh… ingewikkeld. Het patrimonium van het Jubelpark is eigendom van Defensie. In 2017, onder het ministerschap van Steven Vandeput (NVA), keurde de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers een wetsontwerp goed dat een nieuwe koepelorganisatie voorop stelde. De naam ervan is haast onuitspreekbaar – in het bijzonder voor Franstaligen: War Heritage Institute (WHI). Van onder deze paraplu bestuurt defensie sindsdien de site van het Jubelpark/Legermuseum (waaronder de luchtvaartcollectie valt), Gunfire in Brasschaat (tanks en artillerie), de Bastogne Barracks, alsook het Fort van Breendonk, de Dodengang in Diksmuide en de Commandobunker in Kemmel-Heuvelland. Hoofd van het WHI, benoemd door minister Ludivine Dedonder (PS) is Michel Jaupart. Belangrijk: sindsdien is het WHI een parastatale instelling, wat een samenwerking met privépartners mogelijk maakt. En dit gegeven is al iets dat bij sommigen wrevel wekt. Zo stelt Paul Dubrunfaut, de conservator van het Legermuseum, voor de camera’s van de RTBF dat de oprichting van het WHI aangevochten is geweest voor de Raad van State, en dat de procedures niet correct verliepen. Dubrunfaut strijkt hiermee tegen de haren in van Michel Jaupart. Deze laatste heeft als opdracht om het geheel te rationaliseren. Hoe dit moet gebeuren, is nu net voer voor discussie. Jaupart wil een museuminstelling creëren die voldoet aan eisen van de 21ste eeuw, die een breed publiek aanspreekt. Privatisering is voor hem geen vies woord. Tegenstanders poneren dat dit ten koste zal gaan van de enorme geëxposeerde collectie, die net door haar omvang en verscheidenheid ook heel wat bezoekers – in het bijzonder de kenners van de materie – weet te bekoren.

Museumshop

Shop in het Legermuseum in Brussel.
War Heritage Museum 

En zo landen we in de luchtvaarthal. Tijdens een interview met de RTBF (13 juli 2021) kreeg Jaupart de vraag voorgeschoteld wat er met de vliegtuigen zal gebeuren. Zijn antwoord is voor interpretatie vatbaar: “De luchtvaartcollectie zal niet behouden worden zoals ze nu is. Het is mijn ambitie om ze te bewaren, in een chronologisch parcours. Op deze site (het Jubelpark n.v.d.r.) zal het grootste deel tentoongesteld blijven. Maar inderdaad, het is best mogelijk dat vliegtuigen die absoluut niets vandoen hebben met de Belgische militaire luchtvaartgeschiedenis, elders terechtkomen.

Het confederale België van morgen?

De plannen voor het Legermuseum zorgen al jaren voor ongerustheid. Heel wat Brusselaars, verenigd in een comité dat 35 000 handtekeningen verzamelde, vrezen dat de collectie over het hele land verspreid geraakt – zeker nu het woord Staatshervorming weer luider in politieke gangen klinkt. Paul Dubrunfaut verklaarde aan de RTBF: “Men creëert regionale musea voor het confederale België van morgen. (…) Er is een verborgen agenda om de collecties elders door te sluizen. Het plan is om de luchtvaarthal leeg te halen onder het voorwendsel dat er renovatiewerken komen.” Die werken  moeten we zien in het kader van 200 jaar België, wanneer men in 2030 ook de militaire (luchtvaart)geschiedenis in een nieuw decor wil presenteren. Voor de al dan niet tijdelijke verhuis duikt meer en meer de naam Bevekom/Beauvechain op, dat recent nog de C-130 binnenhaalde. Maar Beauvechain maakt in sé geen deel uit van het WHI…

Minister De Donder en Generaal Van Eeckhoudt in Beauvechain

De minister heeft plannen maar zwijgt in alle talen

Minister Dedonder en het WHI tekenen een strategisch plan uit dat in september voorgesteld zal worden. Er zou een budget van 3 miljoen euro mee gemoeid zijn. Wie, of welke instanties, er inspraak krijgen in deze grootse operatie, blijft ook onbekend. De minister klemt de lippen op elkaar. Het feit dat Dubrunfaut van het Legermuseum zijn staart roert, wekt de indruk dat van eensgezindheid weinig sprake is.

Als we Jaupart op zijn woord nemen (Belgische militaire luchtvaartgeschiedenis) dreigen de civiele collectie alsook bepaalde écht historische toestellen van buitenlandse origine, het kind van de rekening te worden. Van bij de oprichting van de VZW Vrienden van het Lucht- en Ruimtevaartmuseum en de restauratieafdeling, twee vrijwilligersorganisaties die de collectie sinds de jaren ’70 uitbouwen en mee onderhouden, werden de Sabéniens, maar ook de liefhebbers van de sportvliegerij, omarmd. Wij maakten voor u de rekening: van de circa 110 vliegtuigen die de luchtvaarthal rijk is, zal er bij (strikte) uitvoering van het plan de helft niet meer terugkeren.  De helft daarvan zijn militaire toestellen die geen rechtstreekse band hebben met ons verleden. Over naoorlogse straaltoestellen en helikopters kan men discussiëren of die al dan niet in de collectie thuishoren (de MiG’s, Phantom, bepaalde helikopters). Maar geldt dit ook voor de Aviatik, LVG, (kisten  uit de Eerste Wereldoorlog) ? Een goede dertig toestellen zijn civiel (de Caravelle, de Junkers Ju 52), maar gaan ook de Belgische ontwerpen Tips, Renard, SABCA op de schop ?

Er rest amper negen jaar

Misschien gaat het niet zo een vaart en is er in het plan ruimte voor pragmatisme. Maar wordt het niet de hoogste tijd dat defensie en het WHI haar vliegroute op tafel legt zodat we uit deze turbulente zone komen? 2030 is nog maar negen jaar van ons, geen eeuwigheid voor grote strategische plannen.

Auteur: Cynrik De Decker
Foto’s: CO